27 november 2012

Langzaam lezen

Nu komt de herfst, en daarmee de groote beproeving en het groote raadsel. Nooit is de stilte in het woud zoo veelzeggend. Welk een stemming in al wat leeft. 't Is of alles tot inkeer komt, alles peinst, alles verdiept zich. Het komt tot inzicht van een groote vergissing. Het woud, de neevel-omsluyerde weilanden, de diep-blauwe lucht, de blanke wolken, het bedenkt alles en voelt dwaling.
En wij armen, wij menschen, wij voelen de dwaling het sterkst, wij voelen haast niets anders, en wij zijn verwond, verbijsterd, verpletterd.
Het is of wij moeten smeeken tot woud en wolken, tot neevel en zonnegoud: O stilte! stilte! — om na te denken en te peinzen. Er is iets ontzettends gebeurd, wij hebben ons vergist. Het is alles waan en dwaling, onze vreugde, ons geluk, onze lusten en pretjes, alles waarvoor wij geworsteld hebben en gekampt. Alles fout! alles om niet! alles mis!
Uit:
Het roode lampje. Signifische gepeinzen. Door Frederik van Eeden. Deel 2.
Amsterdam - W. Versluys - 1921

Zie ook:
Donker-donkerrood
Significa